07 sep Geopolitiek, olie en rente bepalen opnieuw het beursklimaat
De financiële markten bevinden zich begin september in een merkwaardige situatie. Aan de ene kant blijven de bedrijfswinsten – vooral in de Verenigde Staten – opvallend sterk en blijft de investeringsgolf rond artificiële intelligentie de aandelenmarkten ondersteunen. Aan de andere kant zijn de geopolitieke risico’s aanzienlijk toegenomen, is de olieprijs opnieuw opgelopen en staan de obligatiemarkten onder druk.
Voor beleggers draait de komende maanden daarom waarschijnlijk rond drie vragen: wat gebeurt er in de Straat van Hormoez, hoe hardnekkig blijkt de inflatie en hoe reageren de centrale banken daarop?
De Straat van Hormoez wordt opnieuw het belangrijkste geopolitieke risico
De toestand rond Iran en de Straat van Hormoez is momenteel wellicht de belangrijkste geopolitieke factor voor de financiële markten.
De situatie is de afgelopen dagen opnieuw geëscaleerd. Amerikaanse strijdkrachten vielen Iraanse olietankers aan, waarna Iran schepen in en rond de Straat van Hormoez viseerde. Teheran kondigde bovendien aan een beperkte maritieme zone in de Golf te zullen instellen.
Het gevolg is dat het scheepvaartverkeer door de zeestraat sterk is teruggevallen. Volgens gegevens van Kpler passeerden gedurende de afgelopen tien dagen gemiddeld slechts ongeveer tien grondstoffenschepen per dag – het laagste niveau sinds mei.
Dat is belangrijk omdat de Straat van Hormoez een van de belangrijkste energieknooppunten ter wereld is. Vóór het conflict passeerde er ongeveer een vijfde van de mondiale olievoorziening. Een langdurige verstoring heeft daardoor niet alleen gevolgen voor olieproducenten, maar voor vrijwel de gehele wereldeconomie.
Brentolie noteert inmiddels rond 97 dollar per vat, ongeveer 35% hoger dan voor het uitbreken van de oorlog eind februari. Vooral de stijging van diesel is economisch belangrijk: diesel wordt gebruikt in transport, scheepvaart, landbouw en industrie en de prijs ervan ligt inmiddels ongeveer 90% hoger dan vóór het conflict.
Goldman Sachs waarschuwde recent dat olie bij verdere verstoring van de scheepvaart zelfs richting 120 dollar per vat kan gaan.
Voor beleggers is dat misschien nog belangrijker dan de militaire ontwikkelingen zelf. Een olieprijs die langere tijd rond of boven 100 dollar blijft, kan de inflatie opnieuw aanwakkeren, de koopkracht aantasten, de winstmarges van bedrijven onder druk zetten en centrale banken dwingen de rente langer hoog te houden.
Daar ligt momenteel het grootste risico voor de aandelenmarkten.
Oekraïne: oorlog duurt voort, maar markten kijken vooral naar energie
Ook in Oekraïne blijft een snelle oplossing uit. Amerikaanse gezanten voerden de afgelopen dagen gesprekken met zowel Moskou als Kyiv, maar een doorbraak kwam er niet. President Zelensky verwacht inmiddels dat de oorlog ook tijdens de komende winter zal voortduren. Tegelijk worden energie-infrastructuur, olie-installaties en logistieke infrastructuur steeds nadrukkelijker onderdeel van de strijd.
Voor de financiële markten heeft de oorlog in Oekraïne vandaag echter minder directe impact dan in 2022. Europa heeft zijn afhankelijkheid van Russische energie de afgelopen jaren aanzienlijk verminderd en de markten hebben zich grotendeels aan het conflict aangepast
Dat betekent niet dat Oekraïne economisch irrelevant is geworden. Verdere aanvallen op Russische raffinaderijen, exporthavens en energie-infrastructuur kunnen de mondiale olie- en grondstoffenmarkt beïnvloeden. Bovendien blijft de oorlog de Europese defensie-uitgaven structureel verhogen.
Een eventueel bestand zou vooral positief zijn voor Europa: minder geopolitieke onzekerheid, lagere risicopremies en mogelijk meer ruimte voor economische investeringen. Maar voorlopig lijkt het voorbarig om daarop een beleggingsstrategie te bouwen.
Obligaties zijn terug – maar tegen een prijs
Misschien wel de belangrijkste ontwikkeling van 2026 speelt zich niet op de aandelenmarkt af, maar op de obligatiemarkt.
De rente is wereldwijd fors gestegen.
De Duitse tienjaarsrente, de referentierente voor de eurozone, bereikte begin september ongeveer 3,36%, het hoogste niveau in vijftien jaar. De Duitse tweejaarsrente liep op tot ongeveer 2,9%. In Frankrijk en Italië steeg de tienjaarsrente inmiddels boven 4%.
Ook in de Verenigde Staten zijn de rendementen hoog. De Amerikaanse tienjaars Treasury noteerde eind vorige week rond 4,8%.
Daarvoor bestaan verschillende oorzaken. De hogere energieprijzen verhogen opnieuw de inflatieverwachtingen. Centrale banken kunnen daardoor minder snel versoepelen – en moeten mogelijk zelfs verder verkrappen. Tegelijkertijd moeten overheden enorme hoeveelheden schuld financieren. Beleggers eisen een hogere vergoeding om die obligaties op te nemen.
Voor vermogende beleggers ontstaat daardoor een interessante situatie.
Na een lange periode waarin obligaties nauwelijks rendement boden, levert kwalitatief schuldpapier opnieuw een betekenisvolle coupon op. Wie vandaag een goed gediversifieerde obligatieportefeuille samenstelt, hoeft niet langer grote kredietrisico’s te nemen om een redelijk rendement te realiseren.
Daar staat tegenover dat langlopende obligaties gevoelig blijven voor verdere rentestijgingen. Voorzichtigheid met een zeer lange duration blijft daarom aangewezen.
ECB: donderdag vrijwel zeker opnieuw een renteverhoging
Alle ogen zijn deze week gericht op de Europese Centrale Bank. De ECB vergadert woensdag en donderdag in Berlijn; het rentebesluit wordt donderdag 10 september om 14.15 uur gepubliceerd, gevolgd door de persconferentie van Christine Lagarde.
De uitkomst lijkt op het eerste gezicht weinig spannend.
De markt verwacht vrijwel unaniem een renteverhoging met 25 basispunten, waardoor de depositorente van 2,25% naar 2,50% zou stijgen.
De reden is vooral inflatie. De inflatie in de eurozone is in augustus opnieuw opgelopen tot 3,3%, grotendeels als gevolg van hogere energieprijzen.
Veel interessanter dan de renteverhoging zelf wordt daarom wat Lagarde zegt over de maanden daarna.
Een meerderheid van de door Reuters ondervraagde economen verwacht dat 2,50% voorlopig het eindpunt wordt. De onderliggende inflatie blijft immers relatief beheerst, de arbeidsmarkt verzwakt en de loonstijging neemt af.
De financiële markten zijn minder gerust. Zij houden rekening met verdere verhogingen indien olie en gas duur blijven.
Ook de grote banken worden voorzichtiger. J.P. Morgan en BNP Paribas verwachten inmiddels nog een renteverhoging in december. Deutsche Bank heeft zijn verwachting eveneens aangepast en ziet nu 2,75% als waarschijnlijker eindniveau.
De boodschap van donderdag zal dus waarschijnlijk neerkomen op: de ECB verhoogt de rente, maar houdt alle opties open.
En wat denken de grote zakenbanken over aandelen?
Opvallend genoeg blijven de grote internationale investeringsbanken ondanks alle geopolitieke onrust behoorlijk optimistisch over aandelen.
Dat optimisme steunt vooral op één factor: de bedrijfswinsten.
De Amerikaanse economie heeft zich beter gehouden dan verwacht en de investeringsgolf in artificiële intelligentie blijft uitzonderlijk groot. Vooral halfgeleiders, cloudinfrastructuur, datacenters, energievoorziening en andere bedrijven die profiteren van de AI-investeringscyclus laten sterke winstgroei zien.
De koersdoelen van de grote banken voor de S&P 500 spreken voor zich. Goldman Sachs verwacht voor eind 2026 een niveau van 8.000 punten. Morgan Stanley mikt eveneens op 8.000. J.P. Morgan verhoogde zijn doel recent tot 8.000. Citigroup zit op 8.100 en UBS Global Research eveneens op 8.100. Alleen Bank of America blijft met 7.100 opvallend voorzichtig.
Goldman Sachs verwacht voor 2026 een winst per aandeel voor de S&P 500 van ongeveer 340 dollar, of 24% meer dan vorig jaar. Ongeveer de helft van die winstgroei zou afkomstig zijn van ondernemingen die profiteren van de investeringen in AI-infrastructuur.
J.P. Morgan is zelfs nog optimistischer en verhoogde zijn winstverwachting recent naar 365 dollar per aandeel. De bank wijst erop dat meer dan 85% van de ondernemingen die hun tweedekwartaalresultaten hadden gepubliceerd, de verwachtingen van analisten overtroffen.
UBS verhoogde eind augustus zijn koersdoel naar 8.100 punten en noemt drie steunpilaren voor de hausse: veerkrachtige economische groei, een nog altijd redelijk gunstig monetair klimaat en de verdere verspreiding van AI.
Er bestaat dus opvallend veel eensgezindheid: de grote zakenbanken verwachten voorlopig geen einde aan de hausse.
Maar goedkoop zijn aandelen niet
Dat optimisme verdient enige nuance.
De Amerikaanse aandelenmarkt is duur en bovendien sterk geconcentreerd in een relatief beperkt aantal zeer grote technologiebedrijven. Goldman Sachs rekent voor de S&P 500 op een waardering van ongeveer 21 keer de verwachte winst.
Dat hoeft geen probleem te zijn zolang de winsten snel blijven groeien.
Maar precies daar ligt de kwetsbaarheid. De enorme investeringen in artificiële intelligentie moeten uiteindelijk ook voldoende omzet, productiviteit en cashflow opleveren. Zowel Goldman Sachs, J.P. Morgan als Citigroup wijzen inmiddels expliciet op dat risico.
Daarnaast ontstaat opnieuw concurrentie tussen aandelen en obligaties. Wanneer Amerikaanse staatsobligaties bijna 5% en Europese kwaliteitsobligaties opnieuw aantrekkelijke coupons bieden, hoeft een belegger niet meer noodzakelijk aandelenrisico te nemen om rendement te behalen.
Dat verandert de klassieke assetallocatie fundamenteel.
Wat betekent dit voor de belegger?
De toestand op de financiële markten is beter dan de geopolitieke krantenkoppen doen vermoeden. Bedrijfswinsten blijven sterk, de wereldeconomie houdt voorlopig stand en de grote zakenbanken blijven overwegend positief over aandelen.
Maar de foutenmarge wordt kleiner.
De combinatie van hoge aandelenwaarderingen, stijgende obligatierentes en een olieprijs die opnieuw richting 100 dollar gaat, maakt de markt kwetsbaarder voor tegenvallers.
Voor een vermogende belegger lijkt het daarom weinig zinvol om uitsluitend te kiezen tussen “aandelen kopen” of “aandelen verkopen”. De huidige omgeving pleit eerder voor diversificatie.
Kwaliteitsaandelen blijven een essentieel onderdeel van een langetermijnportefeuille, en de winstgroei in de Verenigde Staten geeft voorlopig weinig aanleiding om structureel pessimistisch te worden. Maar obligaties zijn opnieuw een volwaardige beleggingscategorie geworden. Daarnaast kunnen cashreserves nuttig zijn om van eventuele correcties gebruik te maken.
De belangrijkste indicator die beleggers de komende maanden in het oog moeten houden, is misschien verrassend eenvoudig: de olieprijs.
Zakt Brent opnieuw duidelijk onder 90 dollar, dan vermindert de inflatiedruk en krijgen centrale banken opnieuw meer bewegingsruimte. Dat zou zowel aandelen als obligaties ondersteunen.
Blijft olie daarentegen langdurig boven 100 dollar – of escaleert de situatie in de Straat van Hormoez verder – dan verandert het plaatje. Inflatie kan dan hardnekkiger worden, de rente kan verder stijgen en de hoge waarderingen op de aandelenmarkt komen opnieuw ter discussie.
De financiële markten bevinden zich dus niet noodzakelijk aan het einde van de hausse. Maar na de sterke stijgingen van de afgelopen jaren wordt selectiviteit belangrijker dan optimisme alleen.
Disclaimer: bovenstaande informatie is geen aanbod noch een uitnodiging om effecten of een ander beleggingsproduct te kopen of verkopen of om deel te nemen in een handelsstrategie noch het verlenen van een beleggingsdienst in de zin van de wet van 2 augustus 2002 of het verlenen van een onderzoeksdienst in de zin van het MiFID KB van 19 december 2017. Hoewel de inhoud van deze website met de meeste zorg is samengesteld en is gebaseerd op betrouwbare informatiebronnen, wordt er geen enkele uitdrukkelijke of impliciete garantie of verklaring gegeven omtrent de juistheid of volledigheid van de informatie. De door ons verstrekte informatie kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Het gebruik van de informatie op deze website is op eigen risico. Het is niet toegestaan deze website te vermenigvuldigen, reproduceren, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, zonder de voorafgaande uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van Capital Plan Invest B.V. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Deze informatie is niet bestemd voor US Persons als gedefinieerd in Rule 902 van Regulation S van de United States Securities Act of 1933, en mag niet gebruikt worden voor het werven van investeringen of inschrijven op effecten in landen waar dit niet is toegestaan door de lokale toezichthouder of wet- en regelgeving. Op deze disclaimer is Belgisch recht van toepassing.
Disclaimer: bovenstaande informatie is geen aanbod noch een uitnodiging om effecten of een ander beleggingsproduct te kopen of verkopen of om deel te nemen in een handelsstrategie noch het verlenen van een beleggingsdienst in de zin van de wet van 2 augustus 2002 of het verlenen van een onderzoeksdienst in de zin van het MiFID KB van 19 december 2017. Hoewel de inhoud van deze website met de meeste zorg is samengesteld en is gebaseerd op betrouwbare informatiebronnen, wordt er geen enkele uitdrukkelijke of impliciete garantie of verklaring gegeven omtrent de juistheid of volledigheid van de informatie. De door ons verstrekte informatie kan zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd. Het gebruik van de informatie op deze website is op eigen risico. Het is niet toegestaan deze website te vermenigvuldigen, reproduceren, distribueren, verspreiden of tegen vergoeding beschikbaar te stellen aan derden, zonder de voorafgaande uitdrukkelijke, schriftelijke, toestemming van Capital Plan Invest B.V. De waarde van uw belegging kan fluctueren. In het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst. Deze informatie is niet bestemd voor US Persons als gedefinieerd in Rule 902 van Regulation S van de United States Securities Act of 1933, en mag niet gebruikt worden voor het werven van investeringen of inschrijven op effecten in landen waar dit niet is toegestaan door de lokale toezichthouder of wet- en regelgeving. Op deze disclaimer is Belgisch recht van toepassing.