Hoe beleggen bij stijgende rente

Hoe beleggen bij stijgende rente

Wie de finan­ci­ë­le actu­a­li­teit volgt, hoort het de laat­ste maan­den steeds vaker: de ren­te stijgt opnieuw. Cen­tra­le ban­ken trek­ken hun beleids­ren­te op in de strijd tegen de infla­tie, ter­wijl ook de ren­te op lang­lo­pen­de staats­obli­ga­ties dui­de­lijk hoger noteert.

Voor beleg­gers is die evo­lu­tie bij­zon­der rele­vant. Ren­te is in zeke­re zin de prijs van geld en vormt een van de belang­rijk­ste waar­de­rings­an­kers op de finan­ci­ë­le mark­ten. Ver­an­de­rin­gen in de ren­te wer­ken door in de waar­de­ring van haast alle finan­ci­ë­le activa.

Maar wat bedoe­len we pre­cies wan­neer we zeg­gen dat “de ren­te stijgt”? En bete­kent een hoge­re ren­te auto­ma­tisch slecht nieuws voor uw por­te­feuil­le? Het ant­woord is genu­an­ceer­der dan het op het eer­ste gezicht lijkt.

Beleids­ren­te ver­sus marktrente

Om de impact op een beleg­gings­por­te­feuil­le te begrij­pen, moe­ten we eerst een onder­scheid maken tus­sen beleids­ren­te en marktrente.

De beleids­ren­te wordt bepaald door de cen­tra­le bank. In de euro­zo­ne is dat de Euro­pe­se Cen­tra­le Bank (ECB). Wan­neer de infla­tie te hoog oploopt, kan de ECB haar beleids­ren­te ver­ho­gen. Lenen wordt daar­door duur­der voor gezin­nen en onder­ne­min­gen, ter­wijl spa­ren aan­trek­ke­lij­ker wordt. Dat zet door­gaans een rem op con­sump­tie en inves­te­rin­gen en ver­min­dert zo de vraag in de economie.

In augus­tus bedroeg de infla­tie in de euro­zo­ne 3,2% op jaar­ba­sis, dui­de­lijk boven de doel­stel­ling van 2%. De ECB rea­geer­de daar­op met een ver­ho­ging van haar beleids­ren­te. Dezelf­de situ­a­tie doet zich voor in de VS.

De markt­ren­te komt tot stand op de finan­ci­ë­le mark­ten, via het samen­spel van vraag en aan­bod. Een bekend voor­beeld is het ren­de­ment op staats­obli­ga­ties met een loop­tijd van tien jaar. Wan­neer veel beleg­gers staats­obli­ga­ties wil­len kopen, stijgt de prijs ervan en daalt het ren­de­ment. Omge­keerd kan een gro­ter aan­bod van nieu­we obli­ga­ties — bij­voor­beeld omdat over­he­den meer kapi­taal moe­ten opha­len om oplo­pen­de begro­tings­te­kor­ten en staats­schul­den te finan­cie­ren — opwaart­se druk uit­oe­fe­nen op de rente.

Die bewe­ging is van­daag dui­de­lijk zicht­baar. De Euro­pe­se en Ame­ri­kaan­se tien­jaars­ren­tes lig­gen aan­zien­lijk hoger dan een jaar gele­den. Zo is de Ame­ri­kaan­se tien­jaars­ren­te op één jaar tijd geste­gen van onge­veer 4% naar 5%. De omvang­rij­ke finan­cie­rings­be­hoef­te van over­he­den speelt daar­bij een belang­rij­ke rol.

Tege­lijk neemt ook van­uit de pri­va­te sec­tor de vraag naar kapi­taal toe. De enor­me inves­te­rin­gen in arti­fi­ci­ë­le intel­li­gen­tie, data­cen­ters en de bij­be­ho­ren­de ener­gie-infra­struc­tuur ver­gen hon­der­den mil­jar­den aan bij­ko­men­de finan­cie­ring. Over­he­den en onder­ne­min­gen doen daar­door tege­lij­ker­tijd een gro­ter beroep op de kapi­taal­markt. Wan­neer de vraag naar kapi­taal toe­neemt zon­der een even gro­te stij­ging van het beschik­ba­re spaar­geld, kan ook dat bij­dra­gen aan een hoge­re marktrente.

Beleids­ren­te en markt­ren­te zijn nauw met elkaar ver­bon­den, maar bewe­gen niet nood­za­ke­lijk gelijk­tij­dig of in dezelf­de mate.

Dat lijkt op het eer­ste gezicht een tech­nisch ver­haal over cen­tra­le ban­ken en obli­ga­tie­mark­ten. Voor een beleg­ger zijn de gevol­gen ech­ter zeer con­creet. Een hoge­re ren­te ver­an­dert immers de prijs die we van­daag bereid zijn te beta­len voor toe­kom­sti­ge inkomsten.

En pre­cies daar ont­staat de link met uw beleggingsportefeuille.

Voor obli­ga­ties geldt een belang­rij­ke basis­re­gel: Als de markt­ren­te stijgt, daalt de koers van bestaan­de obligaties.

Stel dat u een obli­ga­tie bezit die jaar­lijks 2% ren­te betaalt. Wan­neer nieu­we ver­ge­lijk­ba­re obli­ga­ties plots 4% bie­den, zal nie­mand voor uw obli­ga­tie dezelf­de prijs wil­len beta­len. De koers moet dalen tot­dat het ver­wach­te ren­de­ment opnieuw aan­trek­ke­lijk genoeg is.

Hoe lan­ger de res­te­ren­de loop­tijd van een obli­ga­tie, hoe gro­ter door­gaans die gevoe­lig­heid. Een obli­ga­tie die over één jaar wordt terug­be­taald, rea­geert veel min­der sterk op een ren­te­stij­ging dan een obli­ga­tie met nog tien jaar looptijd.

Maar er is ook een posi­tie­ve kant. Een ren­te­stij­ging bete­kent dat nieu­we obli­ga­ties tegen hoge­re ren­de­men­ten kun­nen wor­den gekocht. Voor beleg­gers die cou­pons en ver­val­len obli­ga­ties kun­nen her­be­leg­gen, wordt het toe­kom­sti­ge ren­de­ments­voor­uit­zicht dus interessanter.

Voor aan­de­len speelt de ren­te­stand even­eens een belang­rij­ke rol, al is het ver­band min­der recht­streeks dan bij obligaties.

De waar­de van een onder­ne­ming wordt mede bepaald door de win­sten en kas­stro­men die zij in de toe­komst kan rea­li­se­ren. Om te bepa­len wat die toe­kom­sti­ge inkom­sten van­daag waard zijn, wor­den ze ver­dis­con­teerd. Wan­neer de markt­ren­te stijgt, stijgt door­gaans ook de gebruik­te dis­con­to­voet en neemt de hui­di­ge waar­de van toe­kom­sti­ge kas­stro­men af.

Dat effect is niet voor alle aan­de­len even groot. Voor­al groei­be­drij­ven, waar­van een belang­rijk deel van de ver­wach­te winst pas ver­der in de toe­komst wordt gere­a­li­seerd, zijn door­gaans gevoe­li­ger voor een hoge­re ren­te. Dat ver­klaart waar­om bij­voor­beeld tech­no­lo­gie- en ande­re sterk gewaar­deer­de groei­aan­de­len soms scherp kun­nen rea­ge­ren op ver­an­de­rin­gen in de langetermijnrente.

Daar­naast heeft een hoge­re ren­te ook een meer direc­te impact op de bedrijfs­voe­ring. Onder­ne­min­gen die nieu­we schul­den aan­gaan of bestaan­de schul­den moe­ten her­fi­nan­cie­ren, wor­den gecon­fron­teerd met hoge­re finan­cie­rings­kos­ten. Bedrij­ven met een hoge schuld­graad zijn daar­door door­gaans kwets­baar­der dan onder­ne­min­gen met een ster­ke balans en beperk­te schuldenlast.

Toch bete­kent een stij­gen­de ren­te niet auto­ma­tisch dalen­de aan­de­len­koer­sen. Min­stens even belang­rijk is de reden waar­om de ren­te stijgt. Wan­neer hoge­re ren­tes samen­gaan met een ster­ke eco­no­mie en stij­gen­de bedrijfs­win­sten, kun­nen aan­de­len­mark­ten goed blij­ven pres­te­ren. Een ren­te­stij­ging die voor­al het gevolg is van hard­nek­ki­ge infla­tie, ter­wijl tege­lij­ker­tijd de eco­no­mi­sche groei en bedrijfs­win­sten onder druk komen, vormt een veel moei­lij­ke­re combinatie.

Dat helpt ook ver­kla­ren waar­om de aan­de­len­mark­ten dit jaar opval­lend robuust blij­ven, ondanks de stij­gen­de ren­te. Ster­ke bedrijfs­win­sten tij­dens de eer­ste jaar­helft bie­den voor­lo­pig vol­doen­de tegen­ge­wicht aan de hoge­re ren­te en onder­steu­nen de aandelenkoersen.

Ook wis­sel­koer­sen rea­ge­ren op ren­te­ver­schil­len. Wan­neer Ame­ri­kaan­se ren­te­voe­ten bij­voor­beeld ster­ker stij­gen dan Euro­pe­se, kun­nen dol­lar­be­leg­gin­gen aan­trek­ke­lij­ker wor­den voor inter­na­ti­o­na­le beleg­gers en kan dat de dol­lar ondersteunen.

Ren­te is ech­ter slechts één fac­tor. Ook eco­no­mi­sche groei, infla­tie­ver­wach­tin­gen, begro­tings­be­leid, geo­po­li­tiek en ver­trou­wen spe­len mee. Wis­sel­koer­sen voor­spel­len uit­slui­tend op basis van ren­te­ont­wik­ke­lin­gen blijft daar­om bij­zon­der moeilijk.

Voor geld op een spaar­re­ke­ning is een hoge­re ren­te in prin­ci­pe goed nieuws, al ver­dient die bood­schap eni­ge nuance.

Wan­neer de beleids- en markt­ren­te stij­gen, ont­staat voor ban­ken ruim­te om hoge­re ver­goe­din­gen te bie­den op spaar- en ter­mijn­re­ke­nin­gen. Die hoge­re markt­ren­te wordt ech­ter niet nood­za­ke­lijk vol­le­dig of onmid­del­lijk door­ge­re­kend aan de spaar­der. Ban­ken bepa­len immers zelf hun com­mer­ci­ë­le tarie­ven, waar­door de spaar­ren­te door­gaans met eni­ge ver­tra­ging reageert.

Boven­dien is voor een spaar­der niet alleen de nomi­na­le ren­te van belang, maar voor­al wat daar­van over­blijft na infla­tie: de reë­le ren­te. Ont­vangt u bij­voor­beeld 2,5% spaar­ren­te ter­wijl de infla­tie 3,5% bedraagt, dan groeit uw spaar­geld wel in euro’s, maar neemt de koop­kracht ervan nog steeds af. In dit ver­een­vou­dig­de voor­beeld bedraagt de reë­le ren­te onge­veer ‑1%.

Dat onder­scheid is voor­al belang­rijk wan­neer de ren­te stijgt als reac­tie op hoge­re infla­tie. Een hoge­re spaar­ren­te bete­kent dan niet auto­ma­tisch dat de spaar­der erop voor­uit­gaat. De essen­ti­ë­le vraag is of de ver­goe­ding op het spaar­geld vol­doen­de stijgt om het ver­lies aan koop­kracht door infla­tie te compenseren.

Wat bete­kent een omge­ving van stij­gen­de ren­te nu con­creet voor de beleg­ger? De terug­keer van hoge­re ren­tes is niet nood­za­ke­lijk slecht nieuws. Ze ver­an­dert wel de omstan­dig­he­den waar­in een por­te­feuil­le moet ren­de­ren en maakt het zin­vol om stil te staan bij de ren­te­ge­voe­lig­heid ervan.

Bij obli­ga­ties kan het inte­res­sant zijn vol­doen­de sprei­ding over loop­tij­den te behou­den. Kor­te­re loop­tij­den rea­ge­ren door­gaans min­der sterk op stij­gen­de ren­te, ter­wijl hoge­re ren­de­men­ten gelei­de­lijk opnieuw kun­nen wor­den vast­ge­legd wan­neer obli­ga­ties vervallen.

Bij aan­de­len wordt kwa­li­teit belang­rij­ker. Onder­ne­min­gen met gezon­de balan­sen, ster­ke kas­stro­men en vol­doen­de prijs­zet­tings­macht zijn door­gaans beter geplaatst om hoge­re finan­cie­rings­kos­ten en infla­tie op te van­gen. Ook hier blijft sprei­ding over sec­to­ren, regio’s en beleg­gings­stij­len essentieel.

Mis­schien is de belang­rijk­ste vast­stel­ling wel dat sprei­ding opnieuw meer bete­ke­nis krijgt. Jaren­lang boden obli­ga­ties en liqui­di­tei­ten nau­we­lijks ren­de­ment, waar­door beleg­gers sterk aan­ge­we­zen waren op risi­co­vol­le­re acti­va. Bij hoge­re ren­te­ni­veaus kun­nen obli­ga­ties en liqui­di­tei­ten opnieuw een bete­ke­nis­vol­le bij­dra­ge leve­ren aan het ver­wach­te ren­de­ment van een por­te­feuil­le. Een even­wich­ti­ge com­bi­na­tie van aan­de­len, obli­ga­ties en liqui­di­tei­ten kan daar­door opnieuw ver­schil­len­de bron­nen van ren­de­ment com­bi­ne­ren en de afhan­ke­lijk­heid van één enkel eco­no­misch sce­na­rio verkleinen.

Ten slot­te blijft het gevaar­lijk om een por­te­feuil­le vol­le­dig af te stem­men op één ver­wach­ting over de toe­kom­sti­ge ren­te. Nie­mand weet met zeker­heid hoe snel de infla­tie ver­der zal evo­lu­e­ren, hoe cen­tra­le ban­ken daar­op zul­len rea­ge­ren of waar de lan­ge­ter­mijn­ren­te bin­nen een jaar zal staan.

Een goe­de por­te­feuil­le hoeft de ren­te van mor­gen niet te voor­spel­len. Ze moet bestand zijn tegen ver­schil­len­de moge­lij­ke renteontwikkelingen.

Dis­clai­mer: boven­staan­de infor­ma­tie is geen aan­bod noch een uit­no­di­ging om effec­ten of een ander beleg­gings­pro­duct te kopen of ver­ko­pen of om deel te nemen in een han­dels­stra­te­gie noch het ver­le­nen van een beleg­gings­dienst in de zin van de wet van 2 augus­tus 2002 of het ver­le­nen van een onder­zoeks­dienst in de zin van het MiFID KB van 19 decem­ber 2017. Hoe­wel de inhoud van deze web­si­te met de mees­te zorg is samen­ge­steld en is geba­seerd op betrouw­ba­re infor­ma­tie­bron­nen, wordt er geen enke­le uit­druk­ke­lij­ke of impli­cie­te garan­tie of ver­kla­ring gege­ven omtrent de juist­heid of vol­le­dig­heid van de infor­ma­tie. De door ons ver­strek­te infor­ma­tie kan zon­der voor­af­gaan­de ken­nis­ge­ving wor­den gewij­zigd. Het gebruik van de infor­ma­tie op deze web­si­te is op eigen risi­co. Het is niet toe­ge­staan deze web­si­te te ver­me­nig­vul­di­gen, repro­du­ce­ren, dis­tri­bu­e­ren, ver­sprei­den of tegen ver­goe­ding beschik­baar te stel­len aan der­den, zon­der de voor­af­gaan­de uit­druk­ke­lij­ke, schrif­te­lij­ke, toe­stem­ming van Capi­tal Plan Invest B.V. De waar­de van uw beleg­ging kan fluc­tu­e­ren. In het ver­le­den behaal­de resul­ta­ten bie­den geen garan­tie voor de toe­komst. Deze infor­ma­tie is niet bestemd voor US Per­sons als gede­fi­ni­eerd in Rule 902 van Regu­la­ti­on S van de Uni­ted Sta­tes Secu­ri­ties Act of 1933, en mag niet gebruikt wor­den voor het wer­ven van inves­te­rin­gen of inschrij­ven op effec­ten in lan­den waar dit niet is toe­ge­staan door de loka­le toe­zicht­hou­der of wet- en regel­ge­ving. Op deze dis­clai­mer is Bel­gisch recht van toepassing.

Dis­clai­mer: boven­staan­de infor­ma­tie is geen aan­bod noch een uit­no­di­ging om effec­ten of een ander beleg­gings­pro­duct te kopen of ver­ko­pen of om deel te nemen in een han­dels­stra­te­gie noch het ver­le­nen van een beleg­gings­dienst in de zin van de wet van 2 augus­tus 2002 of het ver­le­nen van een onder­zoeks­dienst in de zin van het MiFID KB van 19 decem­ber 2017. Hoe­wel de inhoud van deze web­si­te met de mees­te zorg is samen­ge­steld en is geba­seerd op betrouw­ba­re infor­ma­tie­bron­nen, wordt er geen enke­le uit­druk­ke­lij­ke of impli­cie­te garan­tie of ver­kla­ring gege­ven omtrent de juist­heid of vol­le­dig­heid van de infor­ma­tie. De door ons ver­strek­te infor­ma­tie kan zon­der voor­af­gaan­de ken­nis­ge­ving wor­den gewij­zigd. Het gebruik van de infor­ma­tie op deze web­si­te is op eigen risi­co. Het is niet toe­ge­staan deze web­si­te te ver­me­nig­vul­di­gen, repro­du­ce­ren, dis­tri­bu­e­ren, ver­sprei­den of tegen ver­goe­ding beschik­baar te stel­len aan der­den, zon­der de voor­af­gaan­de uit­druk­ke­lij­ke, schrif­te­lij­ke, toe­stem­ming van Capi­tal Plan Invest B.V. De waar­de van uw beleg­ging kan fluc­tu­e­ren. In het ver­le­den behaal­de resul­ta­ten bie­den geen garan­tie voor de toe­komst. Deze infor­ma­tie is niet bestemd voor US Per­sons als gede­fi­ni­eerd in Rule 902 van Regu­la­ti­on S van de Uni­ted Sta­tes Secu­ri­ties Act of 1933, en mag niet gebruikt wor­den voor het wer­ven van inves­te­rin­gen of inschrij­ven op effec­ten in lan­den waar dit niet is toe­ge­staan door de loka­le toe­zicht­hou­der of wet- en regel­ge­ving. Op deze dis­clai­mer is Bel­gisch recht van toepassing.